Druif

Merlot

Merlot is een blauwe druif uit de Bordelese wijngaard. De naam duikt voor het eerst op in 1784, in ambtelijke aantekeningen uit Bordeaux, gespeld als "Merlau"; de vorm Merlot verschijnt in een artikel over Médoc-wijn uit 1824. Meestal wordt de naam afgeleid van *merle*, het Franse woord voor merel, naar de donkere kleur van de bes.

De afstamming is pas laat rondgemaakt. Dat Cabernet franc een van de ouders is, bleek in de jaren negentig uit DNA-onderzoek; de tweede ouder bleef onbekend tot in de jaren 2000 een vrijwel verdwenen druif werd teruggevonden, Magdeleine noire des Charentes. De officiële Franse rassencatalogus van IFV en INRAE noteert die kruising Cabernet franc × Magdeleine noire vandaag als de vastgestelde afstamming.

Merlot is uitgegroeid tot een van de meest aangeplante druiven ter wereld — rond 2015 zo'n 266.000 hectare, waarvan het leeuwendeel in Frankrijk. In Frankrijk alleen ging het van 16.975 hectare in 1958 naar 114.578 hectare in 2018. Het zwaartepunt ligt op de rechteroever van Bordeaux, in Pomerol en Saint-Émilion, maar de druif staat ook in Californië, Washington, Chili, Italië en Australië. In de wijngaard is hij lastig op twee punten: hij loopt vroeg uit en vriest dus makkelijk, en de dunne schil maakt hem gevoelig voor grauwe rot.

In het glas geeft Merlot ronde, krachtige, kleurrijke wijnen met vrij weinig zuur en soepele tannine, geschikt voor houtrijping. Er bestaan grofweg twee stijlen: een internationale, waarbij laat geoogst wordt voor een vollere en alcoholrijkere wijn, en een klassiek Bordelese, waarbij vroeger geplukt wordt zodat het zuur en het rode fruit bewaard blijven en de wijn middelvol blijft.

Wijnclub Zottegem proefde 46 wijnen van Merlot uit 13 landen, tussen 2004 en 2026. Die wijnen kwamen het vaakst uit Frankrijk.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden