Land

Verenigde Staten

Noord-Amerika had al wijnstokken vóór er Europeanen kwamen: Vitis labrusca, riparia, rupestris en rotundifolia groeiden er in het wild. Kolonisten vonden de wijn ervan echter vreemd van smaak en probeerden keer op keer Europese rassen te planten, wat telkens mislukte door ziekten en plagen. Franse hugenoten maakten in de jaren 1560 wijn van scuppernong-druiven bij het huidige Jacksonville, in New Mexico wordt sinds 1629 wijn gemaakt, rond 1680 stonden er missiedruiven in Californië, en in 1787 opende in Pennsylvania de eerste commerciële wijnmakerij.

Uitgerekend die inheemse Amerikaanse stokken hebben de Europese wijnbouw eerst geruïneerd en daarna gered. Met de invoer van Amerikaanse planten, die tussen ongeveer 1858 en 1862 sterk toenam, kwam de druifluis mee; in 1863 werd ze voor het eerst in Frankrijk vastgesteld. De oplossing kwam uit dezelfde hoek: Europese rassen enten op wortelstokken van Amerikaanse soorten, die tegen het insect bestand zijn. Thomas Volney Munson uit Texas leverde daarvoor inheemse onderstammen en kreeg in 1888 het Legioen van Eer; Hermann Jaeger uit Missouri stuurde zeventien wagons resistent materiaal naar Frankrijk en werd in 1893 op dezelfde manier geëerd. Thuis kreeg de sector een andere klap: de drooglegging legde de productie tussen 1920 en 1933 zo goed als stil, en pas vanaf de jaren zeventig kregen Californische wijnmakers internationaal naam.

Het Amerikaanse benamingenstelsel werkt anders dan het Europese. Een American Viticultural Area bakent enkel een gebied af, en de federale regelgeving zegt precies waarop: wie een nieuwe AVA aanvraagt, moet aantonen dat de naam werkelijk met dat wijnbouwgebied verbonden is en dat het zich onderscheidt door klimaat, geologie, bodem, landschap en hoogteligging, met kaarten en een sluitende grensbeschrijving. Over rassen, opbrengsten of kelderwerk staat er niets — dat mag elke wijnmaker binnen een AVA zelf invullen. De eerste AVA, Augusta in Missouri, werd op 20 juni 1980 erkend; het stelsel wordt sinds 2003 beheerd door de Alcohol and Tobacco Tax and Trade Bureau (TTB), die de lijst van erkende gebieden bijhoudt.

Wat wél hard vastligt, zijn de etiketregels, en die zijn voor een proever nuttig om te kennen. Draagt een fles de naam van een AVA, dan moet minstens 85 procent van de druiven daar gegroeid zijn; bij een staat of county volstaat 75 procent. Een rasnaam op het etiket vraagt eveneens minstens 75 procent van dat ras, én die 75 procent moet uit het vermelde herkomstgebied komen — voor labrusca-rassen en enkele zeer geurige druiven kan dat op 51 procent liggen, mits vermelding. Een jaartal vraagt 95 procent van dat oogstjaar wanneer de fles een AVA noemt, en 85 procent bij een ruimere herkomst. Californië domineert het geheel: volgens het Wine Institute produceerde die ene staat in 2024 508,2 van de 647,7 miljoen gallon Amerikaanse wijn, en over de jaren heen gemiddeld 81 procent van de nationale productie. Het California Department of Food and Agriculture telde er in 2025 424.032 acre dragende wijndruiven, op een geschatte 540.000 acre in totaal. Washington, New York en Oregon volgen op ruime afstand.

Wijnclub Zottegem proefde 42 wijnen uit Verenigde Staten van 37 wijnhuizen, tussen 2007 en 2026. Die wijnen kwamen uit Verenigde Staten.

Streken in Verenigde Staten

Wijnen die wij proefden