Druif

Pinot Noir

Pinot Noir is een blauwe druif uit Frankrijk, met Bourgogne — en daarbinnen de Côte-d'Or — als thuisbasis. De naam verwijst naar de vorm van de tros: dicht opeen en spits, als een dennenappel. Het is een oud ras: het internationale druivenregister VIVC noteert er meer dan 440 synoniemen bij, een aantal dat alleen ontstaat bij een druif die eeuwenlang op veel plaatsen onder een eigen naam geteeld werd. Van de afstamming is maar één ouder bekend, Savagnin blanc; de tweede ontbreekt.

Pinot gris en Pinot blanc zijn geen aparte rassen maar kleurmutaties van dezelfde plant. Bij Pinot gris mist een van de twee cellagen die de schil kleuren zijn kleurstof, bij Pinot blanc missen ze het allebei. Genetisch gaat het dus om één variëteit.

In de wijngaard staat de druif bekend als veeleisend. De schil is dun en de trossen zitten dicht opeen, wat de vatbaarheid voor rot en schimmel vergroot; het ras verdraagt moeilijke omstandigheden minder goed dan bijvoorbeeld Cabernet Sauvignon of Syrah. Buiten Bourgogne wordt hij onder meer geteeld in Californië, Oregon, Nieuw-Zeeland, Australië en Duitsland, waar hij Spätburgunder heet.

In het glas geeft jonge Pinot Noir rood fruit: kers, framboos, aardbei. De wijnen zijn licht tot middelvol met weinig tannine. Met de jaren komen er meer aardse, vegetale tonen bij.

Wijnclub Zottegem proefde 52 wijnen van Pinot Noir uit 11 landen, tussen 2001 en 2026. Die wijnen kwamen het vaakst uit Frankrijk. De druif staat elders ook bekend als Mareuil Rouge, Pinot Nero en Spätburgunder.

Ook bekend als

  • Mareuil Rouge
  • Pinot Nero
  • Spätburgunder

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden