Druif

Semillon

Semillon is een witte druif uit Bordeaux. In 1736 werd hij al vermeld als "Sémillon de Saint-Émilion", en de naam is vermoedelijk een streekuitspraak van die plaatsnaam. De Franse rassencatalogus kent er geen enkele erkende synoniem voor, in Frankrijk noch elders in de Europese Unie.

De druif rijpt vroeg en geeft ruim, maar zijn belangrijkste eigenschap is een gebrek: de schil is dun. Dat maakt hem kwetsbaar voor zonnebrand in hete streken en gevoelig voor grauwe rot — en tegelijk uitzonderlijk vatbaar voor *Botrytis cinerea*. Onder de juiste omstandigheden, met vochtige ochtenden en droge namiddagen, is die schimmel geen ziekte maar edelrot: hij trekt water uit de bes en concentreert suiker, zuur en aroma. Dat is de reden waarom Semillon de hoofddruif van Sauternes is, en waarom de catalogus hem naast droge wijnen ook "grote witte likeurwijnen" toeschrijft.

De Franse aanplant loopt al decennia terug: 14.969 hectare in 1998, 12.535 in 2008 en 10.287 in 2018. Buiten Frankrijk ging het nog harder. In Zuid-Afrika was hij in de jaren 1820 goed voor meer dan negentig procent van de wijngaard; vandaag is dat nog ongeveer één procent. Australië, waar hij in het begin van de negentiende eeuw aankwam, houdt hem wel aan.

Droge Semillon is vol van bouw, laag tot matig van zuur en heeft een olieachtige, brede mondstructuur — meer textuur dan aroma. Jong is het citrus en een mineraal randje, en dat is het zowat. De verrassing komt met de jaren: gerijpte Semillon uit de Australische Hunter Valley kleurt diepgeel en ontwikkelt tonen van geroosterd brood en honing, zonder dat er ooit hout aan te pas kwam.

Wijnclub Zottegem proefde negen wijnen van Semillon uit vier landen, tussen 2007 en 2023. Die wijnen kwamen het vaakst uit Frankrijk. De druif staat elders ook bekend als Sémillon.

Ook bekend als

  • Sémillon

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden