Druif

Cabernet Franc

Cabernet Franc is een blauwe druif uit het zuidwesten van Frankrijk, met het Libournais — de rechteroever van Bordeaux, rond Saint-Émilion en Pomerol — als oudste kerngebied. Van daaruit raakte hij in de zeventiende eeuw in de Loire verspreid; de overlevering schrijft dat aan kardinaal Richelieu toe, en de druif heet daar tot vandaag Breton. In Bordeaux zelf luidt de oude naam Bouchet.

Genetisch is hij een van de belangrijkste stamvaders van de moderne wijnbouw. DNA-onderzoek toonde in 1997 aan dat Cabernet Franc samen met Sauvignon blanc de ouder is van Cabernet Sauvignon. Later onderzoek wees hem ook aan als ouder van Merlot — met de vrijwel verdwenen Magdeleine Noire des Charentes als tweede ouder — en van Carménère. Drie van de zes klassieke Bordeauxrassen stammen dus rechtstreeks van hem af.

Cabernet Franc loopt uit en rijpt ongeveer een week vroeger dan Cabernet Sauvignon. Dat lijkt een detail, maar het is de reden waarom hij het doet in koelere streken waar zijn beroemdere kind niet meer rijp wordt: de Loire, Hongarije, Ontario, Noord-Italië. In Frankrijk staat ongeveer 36.000 hectare. De bessen zijn klein en blauwzwart, met een dunne schil.

Cabernet Franc geeft een lichtere, bleker gekleurde wijn dan Cabernet Sauvignon, met minder tannine en meer parfum. Typisch zijn framboos en rode bes, viooltje, potloodslijpsel en een groene, kruidige toon — paprika, tabaksblad — die van pyrazines komt, dezelfde stofgroep als bij Cabernet Sauvignon. Bij matige rijpheid of te hoge opbrengst wordt die groene toets snel overheersend; dat is de valkuil van het ras.

Wijnclub Zottegem proefde 13 wijnen van Cabernet Franc uit vier landen, tussen 2004 en 2026. Die wijnen kwamen het vaakst uit Frankrijk.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden