Druif

Viognier

Viognier is een witte druif uit de noordelijke Rhône, waar hij ook thuishoort. De officiële Franse rassencatalogus van IFV en INRAE beschrijft hem als een inheems ras van die streek en noteert dat genetisch onderzoek hem dicht bij Mondeuse blanche plaatst — dezelfde witte Savooise druif die ook een van de ouders van Syrah is. Officiële synoniemen heeft Viognier niet, niet in Frankrijk en niet elders in de Europese Unie.

De druif is bijna verdwenen en daarna weer opgestaan. In 1958 telde Frankrijk nog 29 hectare Viognier; in 1998 was dat 2.100 hectare en in 2018 stond de teller op 6.740 hectare. Die heropleving speelde zich eerst af in de Rhône en daarna in de Languedoc, waar het ras vandaag het grootste deel van de aanplant vult. Ook buiten Europa is Viognier intussen een vaste waarde.

Wat Viognier in het glas herkenbaar maakt, is de combinatie van een uitgesproken geur met weinig zuur. De Franse catalogus omschrijft de wijnen als zeer aromatisch — abrikoos, perzik — complex en krachtig, vol van lijf, rijk aan suiker en soms met een lichte bitterheid in de afdronk. Dat lage zuur maakt het oogstmoment kritisch: te laat geplukt verliest de wijn zijn spanning.

Viognier wordt lang niet altijd als eenmansras gebotteld. De Franse catalogus vermeldt uitdrukkelijk dat hij ook in assemblage gaat met andere rassen, waaronder Syrah — een witte druif die mee in een rode wijn verdwijnt is in de Rhône geen vergissing maar een keuze.

Wijnclub Zottegem proefde drie wijnen van Viognier uit drie landen, tussen 2007 en 2023.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden