Druif

Gamay

Gamay is een blauwe druif uit Bourgogne, genoemd naar het gehucht Gamay ten zuiden van Beaune. Hij komt voort uit dezelfde natuurlijke kruising die zoveel Franse rassen opleverde: Pinot met Gouais blanc. Zijn volledige naam, Gamay noir à jus blanc, wijst erop dat het sap kleurloos is en de kleur volledig uit de schil moet komen — een detail dat hem onderscheidt van de teinturier-rassen die ooit ook "Gamay" heetten.

De druif heeft een slechte pers gehad, en die is genoteerd. In juli 1395 verbood Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, de aanplant met een beschrijving die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat; zestig jaar later herhaalde Filips de Goede het verbod. Gamay week uit naar het zuiden, naar de granietheuvels van de Beaujolais, en dat is tot vandaag zijn hart gebleven. Het Franse rassencatalogus noteert 23.650 hectare in 2018, met daarnaast aanplant in de Loire rond Tours, in Zwitserland bij het Meer van Genève, in Canada en Oregon.

Gamay is een vroeg ras met weinig groeikracht, dat kort gesnoeid wordt en gevoelig is voor grauwrot en hitte. De wijnen zijn licht van kleur en weinig tannisch, maar wel fruitig en met behoorlijk wat zuur.

Wat een proever het snelst herkent, is niet zozeer de druif als de bereiding. Bij koolzuurmaceratie gaan hele, ongekneusde trossen onder een deken van koolzuurgas, waarna de gisting in de bes zelf begint. Dat levert de banaan-, kers- en snoepachtige toon op die veel mensen als "typisch Gamay" beschouwen. Wie een Beaujolais uit een van de tien crus proeft — Morgon en Moulin-à-Vent bijvoorbeeld — krijgt vaak het tegendeel: donkerder fruit, meer structuur en flessen die jaren meegaan.

Wijnclub Zottegem proefde 17 wijnen van Gamay uit drie landen, tussen 2004 en 2026. Die wijnen kwamen het vaakst uit Frankrijk.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden