Sangiovese
Sangiovese is een blauwe druif uit Italië en het meest aangeplante rode ras van het land: rond 2000 stond er zo'n 69.800 hectare, verspreid over 53 provincies. Het zwaartepunt ligt in Midden-Italië, met Toscane voorop — Chianti, Brunello di Montalcino en Vino Nobile di Montepulciano zijn allemaal op deze druif gebouwd — en daarnaast Umbrië, de Marken en Emilia-Romagna. De naam wordt doorgaans afgeleid van het Latijnse *sanguis Jovis*, "bloed van Jupiter".
Over de afstamming is het laatste woord niet gezegd. Een studie van Vouillamoz en Grando uit 2007 wees Ciliegiolo en het obscure Campaanse Calabrese di Montenuovo aan als ouders, maar ander onderzoek keert de rol van Ciliegiolo net om. Het internationale register VIVC houdt het daarom op "verschillende voorstellen": de verwantschap met Ciliegiolo staat vast, de richting ervan niet.
Sangiovese bestaat in veel gedaanten — er zijn minstens veertien klonen beschreven, historisch ingedeeld in een grofkorrelige familie (waaronder Brunello) en een fijnkorrelige. Dat verklaart een deel van de verschillen tussen wijnen die allemaal Sangiovese heten.
In het glas herken je hem aan een hoge zuurgraad en stevige tannine, met zure kers als vaste smaak, en daarnaast aardse tonen en iets van theeblad. Jonge wijnen neigen naar frisse aardbei; houtrijping brengt donkerdere, teerachtige tonen naar boven.
Wijnclub Zottegem proefde vier wijnen van Sangiovese uit Italië, tussen 2010 en 2018. Die wijnen kwamen het vaakst uit Italië.