Sagrantino
Sagrantino is een blauwe druif uit Umbrië, in Midden-Italië, en in de praktijk beperkt tot een handvol gemeenten rond het stadje Montefalco. De vroegste zekere vermelding komt uit de late zestiende eeuw, en toen ging het om miswijn; de naam wordt meestal in verband gebracht met *sagra* (kerkelijk feest) of met de sacristie, al is die verklaring niet hard te maken.
De druif is vooral bekend om één cijfer dat je niet ziet maar wel proeft: Sagrantino behoort tot de meest tanninerijke wijndruiven ter wereld, met een polyfenolgehalte dat dat van Aglianico, Tannat, Cabernet Sauvignon en Nebbiolo overtreft. Dat maakt de wijn in zijn jeugd streng en stroef, en verklaart waarom het lastenboek van Montefalco Sagrantino DOCG minstens zevenendertig maanden rijping voor de vrijgave vraagt, waarvan twaalf op eik. De DOCG-status dateert van 1992, en de wijn moet volledig uit Sagrantino gemaakt zijn.
De oudste stijl is niet de droge maar de zoete. Traditioneel liet men de trossen minstens twee maanden op horden indrogen en vergistte men de most daarna op de schillen — een passito met rozijn- en bosbestonen en, door al die tannine, een merkwaardig droge afdronk voor een dessertwijn. Pas vanaf de jaren zeventig gingen producenten op grote schaal droge wijn maken, en dat is vandaag de gangbare vorm.
De aanplant is klein maar groeide snel: van 351 hectare in 2000 naar 994 hectare in 2010, verdeeld over een vijftigtal producenten. In het glas is het een zeer donkere, geconcentreerde wijn met zwart fruit, braam en een taaie, licht bittere tanninestructuur die om tijd of om vet eten vraagt.
Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Sagrantino uit Italië in 2026.