Druif

Romorantin

Romorantin is een witte druif uit de Loirestreek die vandaag nog op één plek van betekenis staat: de appellatie Cour-Cheverny, ten zuidoosten van Blois. Daar is hij niet één van de toegelaten rassen maar het enige. De appellatie kreeg haar AOC-erkenning bij decreet van 24 maart 1993, na ruim veertig jaar als VDQS, en beslaat een goeie zeventig hectare over elf gemeenten in Loir-et-Cher.

Het ras is nagenoeg tot dat gebied beperkt. De Franse rassencatalogus telde 231 hectare in 2000, 74 hectare in 2008 en 79 hectare in 2018 — een van de kleinste aanplantcijfers in de hele catalogus. Genetisch is Romorantin geen buitenbeentje: onderzoek wijst uit dat hij ontstond uit een kruising van Pinot teinturier met Gouais blanc. Die tweede ouder is een oude, weinig geprezen witte druif uit Noordoost-Frankrijk die ook aan de basis ligt van Chardonnay, Gamay en Aligoté; Romorantin is dus een halfbroer van die drie. In de Franse catalogus is Danery de erkende alternatieve naam voor plantgoed.

De druif rijpt halflaat, tweeënhalve tot drie weken na Chasselas, en geeft middelgrote tot grote trossen met kleine bessen. De catalogus omschrijft de wijnen als vrij fijn, fruitig en aangenaam.

Cour-Cheverny maakt er in hoofdzaak droge wijn van, met een klein aandeel moelleux. Jonge wijn is scherp en droog; met de jaren krijgt hij een gouden weerschijn en komen honing en acacia naar voren. De beste jaargangen gaan volgens de streek zelf tot een kwarteeuw mee, en dat is de reden waarom een appellatie van amper zeventig hectare deze verder overal verdwenen druif is blijven verdedigen.

Wijnclub Zottegem proefde twee wijnen van Romorantin uit Frankrijk, tussen 2009 en 2010. Die wijnen kwamen het vaakst uit Frankrijk.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden