Druif

Raboso

Raboso is een blauwe druif uit het oosten van Veneto, in de vlakte langs de Piave. Voluit heet hij Raboso Piave, naar die rivier. De naam zelf is een oordeel: *raboxo* is Venetiaans voor "boos", en dat slaat op wat de wijn met je mond doet. Jonge Raboso is scherp van zuur en stevig van tannine, en dat was de reden van zijn bestaan — Venetiaanse zeelui noemden hem *vin de viajo*, reiswijn, omdat hij beter dan andere wijn tegen bewaring en transport kon.

Precies die eigenschappen speelden hem in de twintigste eeuw parten, toen de smaak naar zachtere wijnen ging. Vandaag is Raboso nog goed voor één à twee procent van de Venetiaanse wijngaard. Voor de wijnboer blijft hij aantrekkelijk: hij rijpt laat, geeft ruim en is opvallend weerbaar tegen schimmel en rot — nuttig in een vochtige riviervlakte.

Naast Raboso Piave bestaat er een Raboso Veronese. Die twee zijn geen kloon van elkaar maar twee aparte rassen, en ze worden dikwijls door elkaar geplant. Raboso Piave is de oudste van de twee en beslaat het grootste deel van de aanplant. Wie een fles met "Raboso" op het etiket krijgt, weet dus niet automatisch welke van de twee erin zit.

In het glas is jonge Raboso diep gekleurd, vol en agressief van zuur. De streek heeft daar een antwoord op gevonden: een deel van de oogst wordt eerst gedroogd, wat suiker en extract concentreert en het zuur in balans brengt, en de wijn rijpt daarna lang op hout. Dan komt de andere kant naar boven — wilde viooltjes met een geconcentreerde toon van morel. Raboso Piave stond aan de basis van een kruising uit de jaren dertig met blauwe muskaat, waaruit Manzoni Moscato ontstond.

Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Raboso uit Italië in 2017.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden