Druif

Perricone

Perricone is een blauwe druif die alleen op Sicilië geteeld wordt, vooral in het westen van het eiland: de provincies Caltanissetta, Palermo, Agrigento en Trapani. De Italiaanse rassendatabank van CREA en de universiteit van Pisa noemt het een oud Siciliaans ras, voor het eerst beschreven door Nicosia in 1735, en registreert het onder code 185 in het nationale rassenregister. Zijn bekendste tweede naam is Pignatello; verder circuleren Nieddara, Tuccarinu di Catania en Guarnaccia nera.

Die naam Pignatello is meteen ook een valstrik. De rassendatabank vermeldt bij Nerello Mascalese uitdrukkelijk dat "Pignatello nero" en "Perricone" fóute benamingen voor dát ras zijn. Wie in een oude wijnlijst Pignatello leest, moet dus nagaan welk van de twee bedoeld is.

Over de omvang lopen de opgaven uiteen. De Engelstalige literatuur spreekt van ongeveer duizend hectare op het eiland tegen het einde van de twintigste eeuw; de Italiaanse rassendatabank houdt het vandaag op "enkele honderden hectare". In beide lezingen is het een klein ras naast Nero d'Avola. Genetisch onderzoek wijst op een ouder-kindverband met Sangiovese, zonder dat vastligt welke kant het op gaat.

De stok is weinig vruchtbaar en geeft consequent matig tot weinig, met middelzware trossen en grote tot zeer grote bessen. In het glas geeft hij diep gekleurde wijnen met goed alcoholgehalte en behoorlijk zuur, intens rood fruit — kers, bessen, rijp fruit — met kruidige en bloemige tonen en een lange nasmaak. Hij wordt zowel als rassenwijn gebotteld als bijgemengd, onder meer bij Nero d'Avola en in de Rubino-stijl van Marsala; hij komt voor in de DOC's Contea di Sclafani, Delia Nivolelli, Eloro (waar hij Pignatello heet) en Monreale.

Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Perricone uit Italië in 2017.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden