Nero d'Avola
Nero d'Avola is de belangrijkste blauwe druif van Sicilië. In het Italiaanse nationale rassenregister staat hij niet onder die naam maar als **Calabrese** — een naam die geen enkele band met Calabrië verraadt, maar volgens de gangbare uitleg een veritaliaanste vorm is van het dialectwoord *Calavrisi*, "druif uit Avola". Avola is een stadje in de provincie Syracuse, in het zuidoosten van het eiland. De Italiaanse rassendatabank van CREA en de universiteit van Pisa dateert de eerste vermelding op 1696 en voert vijf officiële synoniemen: Calabrese d'Avola, Calabrese dolce, Calabrese di Vittoria, Niureddu calavrisi en Nero d'Avola.
Let op met die naam Calabrese: er bestaat een ander, veel obscuurder Campaans ras dat Calabrese di Montenuovo heet, en dat is niet dezelfde druif. Dat laatste ras speelt bovendien een rol in het afstammingsdebat rond Sangiovese, wat de verwarring compleet maakt. Van Nero d'Avola zelf zijn de ouders niet bekend.
In 2012 besloeg de druif ongeveer 17.580 hectare op Sicilië, ruim zestien procent van de eilandwijngaard. Oorspronkelijk bleef hij tot het zuidoosten beperkt — de zones rond Noto en Pachino gelden als de klassieke — maar hij staat intussen over heel het eiland, en daarbuiten onder meer in Californië, Australië, Malta, Turkije en Zuid-Afrika. Hij is goed bestand tegen hitte en droogte: hij verschrompelt niet snel en verliest bij hittegolven weinig aroma, wat hem in warme streken bruikbaar maakt.
In het glas is de wijn kers- tot robijnrood, met uitgesproken fruit — kers en aardbei, en donkerder braam — en een peperige toets, stevige tannine en een lange nasmaak. Het alcoholgehalte ligt doorgaans hoog en het zuur blijft bewaard, wat de wijn ondanks de warmte overeind houdt. Hij wordt zowel als eenvoudige rassenwijn gebotteld als geblend, onder meer in Marsala Rubino.
Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Nero d'Avola uit Italië in 2008.