Druif

Mavrodaphne

Mavrodaphne is een blauwe Griekse druif, thuis in Achaea in het noordwesten van de Peloponnesos. De naam betekent letterlijk "zwarte laurier". Het merendeel van de aanplant staat in die streek; daarnaast wordt hij op het Ionische eiland Kefalonia geteeld.

De druif is onlosmakelijk verbonden met één wijn en één man. De Beierse handelaar Gustav Clauss, die in 1854 in Patras kwam werken in de krentenhandel, stichtte er in 1861 het wijnhuis Achaia Clauss en ontwikkelde de zoete, versterkte wijn die de naam van de druif zou dragen. Het is dus geen eeuwenoude traditie maar een negentiende-eeuwse creatie — en ze werd wel de bekendste zoete rode wijn van Griekenland.

Mavrodaphne of Patras is een beschermde oorsprongsbenaming. De wijn wordt gemaakt zoals versterkte rode wijn elders: de gisting wordt onderbroken door toevoeging van wijnalcohol, zodat er restsuiker overblijft. Het resultaat komt op 15 tot 18 procent alcohol. Naast Mavrodaphne mag tot 49 procent Mavri Korinthiaki — de zwarte korinthedruif — in de versnijding. De houtrijping verschilt sterk van huis tot huis, en de wijn evolueert daar zichtbaar mee: jong is hij donker en fruitig, in de buurt van een Ruby Port; na een jaar of vijf komt er een bitterzoete complexiteit bij; na twintig jaar en meer gaat het richting gedroogd fruit, bloemen en noten met een fluwelen textuur. Ook Kefalonia heeft een eigen beschermde benaming voor zoete Mavrodaphne, met beperkte productie.

De druif zelf brengt een bijna zwarte kleur, dichte geuren van gedroogde pruim en krent, veel alcohol en een gemiddelde zuurgraad — en een kenmerkende bittere afdronk die ook in de zoete versies blijft doorlopen. Sinds enkele jaren wordt Mavrodaphne ook droog gevinifieerd; die wijnen zijn nog weinig bekend en houden de geur van de zoete versie vast op een strakker, droger geraamte.

Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Mavrodaphne uit Griekenland in 2026.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden