Grüner Veltliner
Grüner Veltliner is de witte druif van Oostenrijk. Volgens de cijfers van het Oostenrijkse wijnbureau staat hij op ruim 14.000 hectare, goed voor bijna een derde van de hele Oostenrijkse wijngaardoppervlakte — vooral in Niederösterreich en het noorden van Burgenland. Dat overwicht is jonger dan het lijkt: het ras won pas echt terrein vanaf de jaren vijftig, toen Lenz Moser zijn hoge snoeisysteem introduceerde en de teelt goedkoper werd.
De naam is misleidend. Grüner Veltliner is niet verwant aan Roter Veltliner of Frühroter Veltliner; de gelijkenis zit alleen in het woord. Zijn echte afstamming werd pas na een lange zoektocht opgehelderd. DNA-onderzoek wees eind jaren negentig Traminer (Savagnin) aan als één ouder, maar de tweede bleef onvindbaar tot in 2000 in een verwilderd perceel bij Sankt Georgen am Leithagebirge in Burgenland één enkele oude stok werd aangetroffen. Die stok, sindsdien St. Georgener-Rebe genoemd, bleek na analyse in Klosterneuburg de ontbrekende ouder.
De typische peperige toets van sommige Grüner Veltliners is scheikundig te benoemen. Het gaat om rotundone, een sesquiterpeen dat in 2008 door Australische onderzoekers werd geïdentificeerd als de stof achter de peperneus in Shiraz. Ze is intussen in een reeks andere rassen teruggevonden, en Grüner Veltliner is er een van waarin ze in relatief hoge concentraties voorkomt. Het is dezelfde molecule die zwarte peper zijn geur geeft.
In het glas loopt het gamma breed uiteen: van lichte, zure dorstlessers tot rijpe Prädikatsweine. Het beeld dat de meeste liefhebbers herkennen — witte peper, steenfruit, een kruidige rand — hangt sterk af van ligging en opbrengst. Bij te hoge opbrengsten verdwijnt het karakter, en dat is precies waarom de Oostenrijkse DAC-regels per streek grenzen stellen aan wat er in het vat mag.
Wijnclub Zottegem proefde drie wijnen van Grüner Veltliner uit Oostenrijk, tussen 2017 en 2026. Die wijnen kwamen het vaakst uit Oostenrijk.