Gewürztraminer
Gewürztraminer is geen zelfstandig ras maar een mutatie van Savagnin blanc — dezelfde druif die in de Jura de vin jaune levert. Bij die mutatie kreeg de bes een roze tot roodachtige schil en een uitgesproken geur. De naam verwijst naar Tramin in Zuid-Tirol, waar de Traminer-familie vandaan komt; het Duitse *Gewürz* betekent "kruid" en slaat op die geur. Ondanks de gekleurde schil geldt hij als een witte wijndruif.
In Frankrijk groeide de aanplant van 1.470 hectare in 1958 naar 3.501 hectare in 2018, vrijwel volledig in de Elzas. Daar is hij het op een na meest aangeplante ras en misschien wel het meest kenmerkende. Daarbuiten staat hij in Duitsland, Oostenrijk, Italië, Luxemburg, Nieuw-Zeeland, Noord-Amerika en Argentinië.
De stok is groeikrachtig maar weinig productief, en gevoelig voor het afvallen van jonge bessen bij slechte bloei. Hij loopt vroeg uit en is dus kwetsbaar voor late voorjaarsvorst, maar verdraagt winterkoude goed en houdt van mergelbodems.
In het glas is Gewürztraminer moeilijk te missen: hij hoort tot de weinige druiven die een blinde proever meestal meteen thuisbrengt. Roos en lychee overheersen — de lychee-toon berust op aromastoffen die de vrucht en de druif werkelijk delen — aangevuld met passievrucht en andere bloementonen. Het zuur is laag en het suikergehalte van nature hoog, waardoor veel wijnen halfdroog uitvallen en de alcohol oploopt. In warme jaren of warme streken kan die combinatie zwaar en plomp worden. In de Elzas gaat het bereik van kurkdroog tot de zoete vendanges tardives en sélection de grains nobles.
Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Gewürztraminer uit Frankrijk in 2008.