Furmint
Furmint is een witte druif uit Tokaj-Hegyalja, het heuvelland in het noordoosten van Hongarije. DNA-onderzoek legde een ouder-kindrelatie bloot tussen Furmint en Gouais blanc — in Midden-Europa Heunisch weiss genoemd — een oude, weinig geprezen witte druif die aan de basis ligt van tientallen Europese rassen. Welke kant die relatie op gaat, is niet vastgesteld; wie schrijft dat Gouais blanc "de ouder" is, gaat verder dan wat het onderzoek toelaat.
Hongarije telde in 2006 zowat 4.000 hectare Furmint, waarvan ruim 97 procent in Tokaj-Hegyalja zelf. Daarbuiten kom je hem tegen onder streeknamen die je niet meteen als dezelfde druif herkent: Šipon in Slovenië, Moslavac in Kroatië, Mosler in Oostenrijk. Er staan ook kleine aanplantingen in Zuid-Afrika en Californië.
De druif rijpt laat en heeft een dunne schil, en juist dat maakt hem vatbaar voor Botrytis cinerea, de edele rotting die het sap indikt. Dat is de basis van Tokaji Aszú, waarin Furmint het hoofdras is naast Hárslevelű en Sárga Muskotály. Al in 1796 wordt hij in de bronnen als de eigenlijke aszú-druif beschreven.
In het glas valt vooral het zuur op, dat hoog blijft en de zoete wijnen recht houdt. Droge Furmint gaat richting peer, limoen en een rokerige toets; de zoete stijlen richting marsepein, bloedsinaasappel en abrikoos, en na jaren op fles richting tabak, thee en kaneel. Dat Furmint zowel kurkdroog als zeer zoet kan zijn, maakt het etiket belangrijker dan bij de meeste druiven.
Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Furmint uit Hongarije in 2025.