Druif

Egiodola

Egiodola is een blauwe druif die in 1954 gekweekt werd door Pierre Marcel Durquety van het Franse landbouwonderzoeksinstituut INRA, in de streek van Bordeaux. De naam is Baskisch en betekent zoveel als "zuiver bloed" — een verwijzing naar de diepe, bijna bloedrode kleur van de wijn.

Over de ouders is het laatste woord nog niet gezegd. Decennialang stond in de literatuur dat Egiodola een kruising van Fer met Abouriou was. Genetisch onderzoek in Montpellier corrigeerde dat: de Franse officiële rassenfiche noteert nu Abouriou met een Portugese rode druif uit de Madeira-familie als ouderpaar. Welke Portugese druif dat precies is, wordt niet overal gelijk benoemd, dus dat detail is nog niet dicht.

Het Franse rassenregister toont een variëteit die piekte en weer wegzakte: 243 hectare in 1988, 320 in 1998, 342 in 2008 en nog 184 hectare in 2018. Buiten Frankrijk is hij aangeplant in Brazilië, waar men een eigen vlaggenschipdruif zocht in de trant van de Uruguayaanse Tannat, en in kleine hoeveelheden in Spanje en Zwitserland. Er is maar één toegelaten kloon, nummer 600, in 1978 door INRA geselecteerd.

De stok loopt vroeg uit — een drietal dagen voor Chasselas — en rijpt vroeg, is vruchtbaar en productief, en weinig gevoelig voor grauwrot. De wijn is uitgesproken kleurrijk en zeer rijk aan polyfenolen, met tannine die op zichzelf snel te veel wordt. Dat verklaart de rol die hij in de praktijk speelt: blenddruif, om kleur en structuur bij te brengen aan wijnen die het zelf niet hebben.

Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Egiodola uit Brazilië in 2023.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden