Druif

Cinsault

Cinsault — ook geschreven als Cinsaut — is een blauwe druif uit het Franse Middellandse Zeegebied, vermoedelijk uit de Hérault. Hij is er al eeuwen thuis en werd lang zowel als wijndruif als als tafeldruif verkocht, onder de naam Oeillade; dat is verwarrend, want de echte Oeillade is een ander ras.

Het Franse rassenregister laat een spectaculaire curve zien: 10.915 hectare in 1958, een piek van 51.643 hectare in 1979, en nog 18.711 hectare in 2018. Wat overblijft, staat in de Languedoc-Roussillon, de Provence en de zuidelijke Rhône. Daarbuiten is hij belangrijk in Noord-Afrika en in Libanon, waar hij een van de pijlers van Château Musar is.

De stok is uitgesproken droogtebestendig en gedijt op arme, droge grond, maar veroudert vrij snel en is gevoelig voor houtziekten en grauwrot. De trossen zijn groot en de bessen zeer groot, met veel sap per bes. Dat is meteen de kern van de zaak: bij hoge opbrengst geeft Cinsault een dunne, kleurloze wijn, bij beperkte opbrengst een fruitige, soepele, licht kruidige wijn — en uitstekende rosé, waar hij in de Provence zijn belangrijkste rol vervult.

Buiten Frankrijk kreeg hij een tweede leven in Zuid-Afrika, waar hij Hermitage heette. In 1925 kruiste Abraham Izak Perold, de eerste hoogleraar wijnbouw van Stellenbosch, Pinot noir met Cinsault op de proefhoeve Welgevallen. Het resultaat was Pinotage — een druif die op geen van beide ouders lijkt. Cinsault zelf staat er intussen weer in de belangstelling voor lichte, frisse rode wijn van oude stokken.

Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Cinsault uit Zuid-Afrika in 2017.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden