Druif

Cerceal

Cerceal is een witte druif van het Portugese vasteland, en het is vooral een naam om voorzichtig mee om te springen. In de Portugese wijnbouw circuleren drie gelijkende namen — Cerceal, Cercial en Sercial — en achter die drie zitten drie verschillende rassen. Alleen hun hoge zuurgraad hebben ze gemeen.

Waar het hier over gaat, is de druif die in de vakregisters **Cerceal Branco** heet, met Cercial, Cercial do Douro en Cercial do Dão als streeknamen. Je vindt hem in de Douro, de Dão, de Bairrada, het Tejo en de Alentejo, telkens in bescheiden hoeveelheden. Hij rijpt laat, is productief en heeft een dikke schil, maar is gevoelig voor valse meeldauw.

De twee naamgenoten zijn andere druiven. **Sercial** — op Madeira de naam van de droogste stijl madeira — heet op het vasteland Esgana Cão, "hondenwurger", naar zijn bijtende zuurgraad; hij komt oorspronkelijk uit de streek van Bucelas bij Lissabon. **Cercial** is weer een derde ras, thuis in Colares en elders bekend als Jampal. Wie op een etiket of in een catalogus "Cerceal" leest, mag daar dus niet automatisch een madeiradruif achter zien.

In het glas geeft Cerceal Branco een droge witte wijn met een levendige zuurgraad en eerder ingehouden fruit — citrus, pompelmoes, limoen — met een hartige, minerale ondertoon in plaats van een uitbundig aroma. Precies daarom is hij vooral blenddruif: hij brengt spanning in wijnen van Bical, Baga of Encruzado, en hij wordt ook voor schuimwijn gebruikt. Als monocépage kom je hem zelden tegen.

Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Cerceal uit Portugal in 2023.

Waar wij deze druif proefden

Wijnen die wij proefden