Carignan
Carignan is een blauwe druif die vermoedelijk uit Aragón in Noordoost-Spanje komt; de naam wordt in verband gebracht met het stadje Cariñena in de provincie Zaragoza. In Spanje heet hij officieel **Mazuela** — in Rioja meestal gespeld als Mazuelo. Het Franse rassenregister noteert Mazuela uitdrukkelijk als de Spaanse benaming van hetzelfde ras. Wie Carignan en Mazuelo naast elkaar in een catalogus ziet staan, kijkt dus naar één druif onder twee namen. Verder heet hij Carignano op Sardinië en Samsó in Catalonië — die laatste naam is verwarrend, want ze wordt daar ook voor Cinsault gebruikt.
In Frankrijk was Carignan lange tijd hét werkpaard van de Languedoc. Het officiële rassenregister telde 211.254 hectare in 1968; in 2018 was dat gezakt tot 30.993. Die daling is geen ongeluk maar beleid: de Europese rooipremies en de heraanplant met Syrah en Grenache mikten precies op dit ras. In Spanje bleef in 2015 nog 5.644 hectare over, in Italië 1.748 hectare in 2012, waarvan bijna alles op Sardinië.
De stok loopt laat uit en rijpt laat, en vraagt dus een warm mediterraan klimaat. Ongesnoeid geeft hij enorme opbrengsten, en dat is precies wat hem zijn slechte naam bezorgde: bij hoge productie levert Carignan een harde, bittere, kruidig-groene wijn zonder fruit. Hij is bovendien gevoelig voor meeldauw en de dikke steeltjes maken machinaal oogsten lastig.
De rehabilitatie kwam van de oude stokken. In Priorat, op de leisteenhellingen rond Poboleda en Porrera, en bij een reeks makers in de Languedoc leveren struikwijngaarden van vijftig tot honderd jaar oud kleine oogsten met diepe kleur, stevige tannine en een frisse zuurgraad. Koolzuurmaceratie en een blend met Grenache of Cinsault verzachten de hoeken. Verwacht dus geen zachte wijn, wel donker fruit, kruiden en een stevig, wat rustiek geraamte.
Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Carignan uit Frankrijk in 2019.