Athiri
Athiri is een oude witte druif van de Egeïsche Zee. Hij wordt zo sterk met Rodos vereenzelvigd dat "Rhodes" op Griekse etiketten als naam voor de druif kan verschijnen. Toch blijft hij niet tot dat eiland beperkt: hij staat verspreid over de Egeïsche eilanden en is intussen ook op het vasteland aangeplant, met name in Macedonië en op Chalkidiki.
Hij is toegelaten in een reeks Griekse herkomstbenamingen — onder meer PDO Slopes of Meliton, PDO Rhodes, en in kleine percentages PDO Santorini, waar hij samen met Aidani hoogstens vijftien procent van een droge wijn mag uitmaken. Op Rodos wordt hij ook voor retsina gebruikt.
De bessen zijn middelklein met een dunne, goudgroene schil, en dat vertaalt zich rechtstreeks naar de wijn: licht tot middelvol, met matige alcohol en zachte zuren. De smaak blijft ingetogen — wit en geel fruit, citrus — en de wijn is op zijn best jong, binnen twee tot drie jaar. In Griekenland wordt hij graag als aperitief gedronken. Juist dat zachte karakter maakt hem een geschikte tegenhanger van het veel strengere Assyrtiko, waarmee hij vaak wordt vermengd.
Eén naamsverwarring is het vermelden waard. Thrapsathiri werd lang als een kloon van Athiri beschouwd; DNA-onderzoek wees uit dat het een afzonderlijk ras is, met verwantschap richting Vidiano.
Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Athiri uit Griekenland in 2024.