Aglianico
Aglianico is een blauwe druif uit Zuid-Italië. De internationale rassencatalogus VIVC noteert Italië als land van herkomst en telt drieënzeventig synoniemen — een aantal dat verraadt hoe lang en hoe verspreid de druif al geteeld wordt. De naam duikt in 1520 voor het eerst in druk op, in de meervoudsvorm "Aglianiche". Over waar die naam vandaan komt bestaat geen zekerheid: het Latijnse *vitis hellenica* (Griekse wijnstok), het Romeinse *Apulianicum* voor Zuid-Italië en het Spaanse *llano* (vlakte) worden alle drie voorgesteld.
Het verhaal dat Griekse kolonisten de druif in de achtste eeuw voor Christus meebrachten, is hardnekkig maar wordt door DNA-onderzoek niet gesteund: Aglianico vertoont weinig verwantschap met Griekse rassen en lijkt eerder inheems in Zuid-Italië. Er bestaan drie streekvormen — Taurasi, Taburno en Vulture — en onderzoek van De Lorenzis en collega's (2013) toonde met microsatellietmerkers aan dat die drie genetisch één en hetzelfde ras zijn.
De druif loopt vroeg uit maar rijpt uitzonderlijk laat; in delen van Zuid-Italië wordt pas in november geoogst. Hij gedijt vooral op vulkanische bodem. Dat verklaart waar hij zijn beste wijnen geeft: rond de uitgedoofde vulkaan Monte Vulture in Basilicata, en in Campanië rond Taurasi en de Monte Taburno. Taurasi kreeg de DOCG-status in 1993, Aglianico del Taburno in 2011. Buiten Italië staan er inmiddels aanplanten in Australië, Californië, Texas en Ontario.
In het glas is Aglianico diep granaatrood, vol van lijf, met stevige tannine én hoge zuurgraad tegelijk — de combinatie die hem zo lang houdbaar maakt en die hem de bijnaam "de Barolo van het Zuiden" opleverde. Jong is hij vaak stug en samentrekkend; te vroeg geplukt of met te hoge opbrengsten wordt hij ronduit hard. Met de jaren komt het fruit naar voren en vallen de tannines op hun plaats, met noten van pruim en chocolade. Let op de naamgeving: Aglianicone is een verwant maar afzonderlijk ras, geen kleurmutatie.
Wijnclub Zottegem proefde één wijn van Aglianico uit Italië in 2017.