Georgië
Georgië wordt vaak "het oudste wijnland" genoemd, en het loont de moeite om te weten waar die uitspraak precies op steunt. In november 2017 publiceerde een internationaal team rond Patrick McGovern en Stephen Batiuk in de Proceedings of the National Academy of Sciences de analyse van potscherven uit twee neolithische heuvelnederzettingen ten zuiden van Tbilisi, Gadachrili Gora en Shulaveris Gora. Op die scherven zat wijnsteenzuur — de scheikundige vingerafdruk van druif en wijn — samen met appel-, barnsteen- en citroenzuur, in lagen die rond 6000 v.Chr. gedateerd worden. Daarmee verschoof het oudste scheikundige spoor van wijn zeshonderd tot duizend jaar naar achteren; het vorige lag in het Zagrosgebergte in Iran, 5400 tot 5000 v.Chr. Dat is wat er bewezen is: sporen van druivenwijn in aardewerk. De oudste bekende wijnmákerij, met kuip en pers, is een andere vondst en ligt in Armenië — de grot Areni-1, gedateerd tussen 4100 en 4000 v.Chr. "Achtduizend jaar" is dus geen slogan, maar het slaat op de residu-analyse, niet op een onafgebroken keten die iemand kan aantonen.
Wat die oudheid vandaag nog zichtbaar maakt, is de qvevri: een eivormige aardewerken pot die in de grond wordt ingegraven. Druiven gaan er met schil, steel en pit in, de pot wordt dichtgemaakt en de wijn gist en rijpt vijf tot zes maanden ondergronds. UNESCO plaatste die werkwijze in 2013 op de representatieve lijst van immaterieel erfgoed, en in mei 2021 kreeg de qvevri zelf een beschermde geografische aanduiding: het Georgische octrooibureau Sakpatenti legde vast dat grondstof en fabricage in Georgië moeten gebeuren, met eisen aan vorm, inhoud en werkwijze. Het was het eerste niet-landbouwproduct in het Georgische register. Voor witte druiven levert dat de stijl op die in het westen "oranjewijn" heet en in Georgië amber: door de lange schilweking krijgt een witte wijn kleur, looistof en een grip die je eerder van rood verwacht. Niet elke Georgische wijn wordt zo gemaakt — het grootste deel gaat in roestvrij staal — maar het is wel wat het land onderscheidt.
De wijnbouw ligt verspreid over een tiental gebieden, van Abchazië en Adjarië aan de Zwarte Zee tot Kartli en Meschetië in het binnenland, maar het zwaartepunt ligt onmiskenbaar in het oosten: Kachetië alleen levert ongeveer zeventig procent van de druiven. De twee namen die je het vaakst tegenkomt zijn Rkatsiteli, de belangrijkste witte druif, en Saperavi, de belangrijkste blauwe — donker van kleur, stevig, en geschikt om lang te bewaren. Het benamingenstelsel werkt met beschermde oorsprongsbenamingen naar Europees model, beheerd door het nationale wijnagentschap; in augustus 2023 waren er dertig afgebakend, waarvan het merendeel in Kachetië ligt.
De schaal blijft klein, maar de uitvoer is de motor. Wines of Georgia telde in 2019 al 1.088 geregistreerde wijnbedrijven, waarvan er 350 mochten uitvoeren; in 2024 verscheepten 480 bedrijven samen 94,7 miljoen liter wijn naar 68 landen, goed voor 276 miljoen dollar. Georgië is dus geen land dat je bij toeval in het schap tegenkomt, en wie er wel naar zoekt, botst meteen op de tweedeling die het land typeert: dezelfde inheemse druiven, één keer klassiek in staal vergist, één keer in qvevri met de schil mee.
Wijnclub Zottegem proefde één wijn uit Georgië in 2026. Die wijn kwam uit Georgië.